03 Bedrijfshulpverlening
 >  Wat te doen bij ‘Man over boord’
De persoon die in het water valt
  1.  Probeer rustig te blijven.
  2.  Waarschuw je collega’s dat je in het water bent gevallen.
  3.  Zoek de plek die het dichtste bij is en waar je makkelijk uit het water kunt klimmen (op de kant, boot of ponton).
  4.  Let hierbij op eventuele aanwezige stroming en/of als je collega’s je niet gehoord hebben op werkzaamheden die   nog bezig zijn.
  5.  Let op de aanwijzingen die collega’s geven en maak gebruik van een toegegooide reddingsboei.
Als je met de machine te water raakt
  1.  Check aan het begin van het werk of er een veiligheidshamer in de machine aanwezig is.1
  2.  Wacht niet totdat de machine volloopt.
  3.  Maak de veiligheidsgordel los (als deze vast zit) of snij hem los met het mes op de veiligheidshamer.
  4.  Open een raam of schuifdak of sla een raam in met de veiligheidshamer.
  5.  Klim uit de machine.

Als je het raam, schuifdak niet direct open krijgt

  1. Doe de verlichting inclusief binnenverlichting aan, zodat de machine zichtbaar blijft.
  2. Maak de veiligheidsgordel los of snij hem door met het mes aan de veiligheidshamer.
  3. Haal diep adem vlak voordat de machine vol loopt met water.
  4. Duw de deur rustig open als druk binnen en buiten de cabine gelijk is.

Als de machine op de kop ligt en de gordel zit nog vast

  1. Zet de voeten of knieën klem bijv. tegen het bedieningspaneel en duw jezelf tegen de stoel aan.
  2. Duw met een arm tegen het bijv. het dak om de druk op de gordel te verminderen.
  3. Klik nu met je andere hand de gordel los.
  4. Pas op dat je niet valt.
  5. Verplaats rustig de benen, zodat je op het dak of zijkant van de machine (op dat moment de bodem) komt te zitten.
De collega op de kant
  1. Waarschuw de overige collega’s door ‘man over boord’ te roepen als iemand in het water valt.
  2. Leg de werkzaamheden direct stil.
  3. Houd de collega (de drenkeling) die in het water gevallen is in het oog.
  4. Laat de drenkeling naar de kant, boot of ponton zwemmen, geef aanwijzingen waar je de drenkeling uit het water wilt halen.
  5. Gooi hem een reddingsboei toe, want ook een goede zwemmer kan door zware natte kleding en schoenen in de problemen komen (niet tegen het hoofd gooien en in geval van stroming of wind zo gooien dat de reddingsboei naar de drenkeling stroomt)
  6. Trek de drenkeling met het liefst met twee man weer aan boord. (Let op: door al het water kan de drenkeling zwaar zijn.)
  7. Controleer of de drenkeling gewond is.
  8. Houd de drenkeling in de gaten en let op signalen van onderkoeling:
    o Lage lichaamstemperatuur;
    o Rillen;
    o Langzame ademhaling
    o Verwardheid;
    o Vermoeidheid en sufheid;
    o Bleke huid.
    Breng de drenkeling bij signalen van onderkoeling naar een warme omgeving, wikkel hem in een isolatiedeken en zorg dat het slachtoffer niet verder afkoelt. Trek als het koud is natte kleding uit, want zonder kleren is warmer dan met natte kleren
    9. Laat iemand de hulpdiensten alarmeren.

Als de drenkeling bewusteloos is of niet (goed) kan zwemmen
  1. Spring de drenkeling niet blindelings achterna.
  2. Houdt rekening stroming, golfslag, werkzaamheden die nog bezig zijn en eventueel scheepvaart verkeer.
  3. Ga pas te water als het veilig is of een derde persoon toezicht kan houden. Bel anders eerst 112. Neem geen risico’s waardoor de redder ook een drenkeling wordt.
  4. Duik niet in het water, maar spring er in. (Om te voorkomen dat je je hoofd ergens aan stoot.)
  5. Waarschuw direct de hulpdiensten als de drenkeling bewusteloos of ernstig gewond is.
Maatregelen m.b.t. de organisatie
  • Zorg dat alle machines zijn voorzien van een veiligheidshamer met gordelmes in een houder.
  • Zorg dat op de werkplek reddingsmateriaal aanwezig is (bijv. reddingsboei, -stok of lijn), trap om uit het water te klimmen en dat de medewerkers weten hoe ze hier gebruik van moeten maken.
  • Stel reddingsvesten beschikbaar.
  • Bespreek bij werkzaamheden op of aan het water de ‘Man over boord’ procedure aan het begin van een project of bij terugkerende werkzaamheden aan het begin van het seizoen. Doe dit bij voorkeur op de werkplek zelf.  Besteed extra aandacht aan de specifieke risico’s tijdens dat werk. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan:

o Gebruikte machine’s;
o Wie wat doet als een machine of collega te water raakt;
o Situatie op de wal en/of boot of ponton;
o Stroming van het water;
o Aanwezig scheepvaartverkeer;
o Te verwachten weersomstandigheden;
o De plek(ken) waar een drenkeling het makkelijkste op het droge kan klimmen;
o Hoe hulpdiensten de werkplek het beste kunnen bereiken.

Pas deze procedure eventueel aan aan de specifieke situatie in uw werk, aan boord van de boot of ponton en/of de specifieke werkzaamheden en omstandigheden.