T. Baggerman / T. Baggerman
06 Gevaarlijke stoffen - Organisme
 >  Fijnstof in het asfaltlaboratorium
Introductie

Naast CO2, Stikstof en PFAS wordt ook fijnstof met enige regelmatig benoemt in de media. Maar wat wordt er nou precies bedoeld met fijnstof? Fijnstof zijn alle stofdeeltjes die in de lucht voorkomen met een maximale diameter van 10 micron (µm). Al deze stofdeeltjes zijn in inhaleerbaar en in sommige gevallen kunnen deze tot in de longblaasjes komen. 

Fijnstof komt in het dagelijkse leven vrij bij bijvoorbeeld: remmen (auto/vrachtwagen), uitlaatgassen (roet), koken, barbecueën, houtkachels, boren en zagen. Fijnstof is dus een verzamelnaam.

Laboratorium werkzaamheden:

Bij de vervaardiging van asfalt mengsels wordt er gebruik gemaakt van grondstoffen zoals: gebroken mineralen (steenslag), zand en vulstoffen, die allemaal een deel fijnstof bevatten. Het percentage fijnstof varieert sterk per grondstof en is ook nog eens materiaal afhankelijk. Vanwege de herkomst van deze materialen bevatten deze grondstoffen ook voor een deel silica. Silica, beter bekend als kwarts, is een natuurproduct dat voor meer dan 12% in de aardkorst voorkomt. Respirabel* silica wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeeld als een CMR-stof. In andere woorden: zeer gevaarlijk voor de gezondheid.

*Wat betekent respirabel: Dat deel van fijnstof dat kan doordringen tot in de longblaasjes. Algemeen wordt aangenomen dat dit kleiner dan 1 micron (µm) is.

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Er wordt binnen het laboratorium veelvuldig met droge mineralen gewerkt. Bij droge mineralen die los worden gestort, uitgezeefd of wordt overgeschept neemt de kans op extra fijnstof in de directe omgeving toe. Doordat er meer fijnstof in de lucht komt kan het volgende gebeuren:

  1. Irritatie van de luchtwegen.​​​​​​​
  2. Irritatie van de ogen.
  3. Irritatie van de (onbedekte) huid.
Maatregelen > Wat moet je doen?
    • Zorg dat je beschikt over de juiste PBM’s. Doe een check op basis van de WerkplekInstructieKaart.
    • De, plaatselijke, afzuiging gebruiken wanneer aanwezig.
    • Beperken van het gebruik van bezems en/of stoffer en blik.
    • Gebruik een stofzuiger die voldoet aan filterklasse H.
    • Geen gebruik maken van perslucht om oppervlaktes schoon te blazen.
    • (Werk)tafels af te nemen met een vochtige doek.
    • Gebruik te maken van FFP3 mondkapjes tijdens werkzaamheden zoals zeven of overscheppen.
    • Bij het afwegen van een grondstof met (veel) fijnstof kun je veiliger werken door de verpakking ook in de poederkast te plaatsen.
Discussie > Bespreek het met je collega’s!

Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  1. Wist jij dat er wetten/regels zijn? Zoals bv. het Arbo-besluit.
  2. Zit er een maximale houdbaarheid aan FFP3 maskers?
  3. Wanneer gebruik je welk schoonmaakartikel?