N. El Idrissi / N. El Idrissi
09 Specifieke werkzaamheden
 >  Werken langs trambaan
Introductie

Werken op en langs de tramweg brengt verschillende risico’s met zich mee. Om een veilige werkplek te kunnen creëren moet dus aan een aantal voorwaarden voldaan worden om de risico’s te beheersen. Hierbij houden we ten eerste rekening met aanrijd- en elektrocutiegevaar.


Daarnaast zijn er verschillende andere Arbo risico’s die we beheersen door gebruik te maken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.


Naast een veilige werkplek behoort ook veilig gedrag om te komen tot veilig werken. Hierin speelt de mens een grote rol, want zoals u geleerd is: alleen een Veilige werkplek + Veilig gedrag = Veilig werken.


Risico’s & Maatregelen

De tram rijdt over rails en kan niet uitwijken

Risico:

Aanrijdgevaar door tramverkeer

Maatregel:

Klaphek


Afbeelding

Omschrijving

Betekenis

   


Klaphek

Een hek met draaibomen.







Afbakening werkvak voor wegverkeer.

Trambestuurder stopt voor het hek, rijdt vervolgens op en passeert het hek met gepaste snelheid.

Vanaf het klaphek een snelheid aanhouden van ten hoogste 15 km/uur.



De Veiligheidsman Tram reguleert de doorkruising van de tram door de werkruimte (beheerste toelating). De instructies van de Veiligheidsman moeten altijd worden opgevolgd.

Zorg bij het plaatsen van de afzettingen en signaleringen dat aanrijding wordt voorkomen.

  • Seinsignaal                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         

 Afbeelding

 Omschrijving

 Betekenis

 


Geluidssein       noodsignaal
Minimaal 5 korte  tonen na elkaar.

De werkenden verlaten onmiddellijk het spoor.

Geluidssein

let op

Eén lange toon.

Er passeert een voertuig in het naastgelegen spoor.

Geluidssein stop werk
Lange toon, dan
korte toon, dan
lange toon.

Stop of pauzeer de werkzaamheden.

De werkenden gaan uit het spoor.

Geluidssein
hervat werk

Eén korte toon.

Werkenden mogen het spoor weer betreden.


  • Snelheidsbeperking tram


Afbeelding

Omschrijving

Betekenis

A-bord

Rechthoekig geel bord met een zwarte letter A.



Nadering werkvak en snelheidsbeperking.

Vanaf dit sein een snelheid aanhouden van ten hoogste 10 km/uur (bij RU) of 15 km/uur (bij GVB).

De trambestuurder kan sein S1 of S2 verwachten.

E-bord

Rechthoekig groen bord met een witte letter E.

Einde van het werkvak en opgelegde snelheidsbeperking.

De tram verlaat het werkvak.

Gebruik in combinatie met sein A1.


De tram wordt gevoed door onder spanning staande kabels

Risico:

Elektrocutiegevaar 

Maatregel:

Hoogtebegrenzing voor materieel

Uitschakelen van de kabels.(U dient met de start van de werkzaamheden te wachten tot de medewerkers van het tram exploitant (bijv. GVB) ter plaatse hebben gemeld dat de spanning is afgeschakeld en is kortgesloten).

Werken aan en nabij elektrotechnische installaties (de bovenleiding of de spoorstaven) 

  • Werkzaamheden aan en schakelen van de elektrotechnische installatie mogen uitsluitend uitgevoerd worden door daartoe aangewezen personen, zie hiervoor het elektrotechnisch veiligheidshandboek van de trambaanbeheerder.
  • Voor werkzaamheden aan de retourstroominstallatie, waaronder de spoorstaven en kabels, is toestemming van de installatieverantwoordelijke nodig.
  • Hijs- en takelwerkzaamheden onder, naast en boven de onder spanning staande bovenleiding (inclusief hang- en   spandraden) waarbij de afstand in verticale projectie kleiner is dan 5 meter mogen uitsluitend met toestemming van de installatieverantwoordelijke worden uitgevoerd.
  • Bij hijs- of heiwerkzaamheden in de omgeving van de trambaan, waarbij de bovenleiding zich binnen het valbereik van de hijskraan of heistelling bevindt, bepaalt de installatieverantwoordelijke of de werkzaamheden onder spanning of spanningloos worden uitgevoerd en of de hijskraan of heistelling geaard of aan de retourstroominstallatie verbonden moet worden.
  • Werkvoertuigen mogen de onder spanning staande bovenleiding (inclusief hang- en spandraden) niet dichter dan 1 meter naderen.
  • Werkvoertuigen met een ingestelde en werkende hoogtebegrenzer mogen de onder spanning staande bovenleiding (inclusief hang- en spandraden) niet dichter dan 0,50 meter naderen.

De tram rijdt door stedelijk gebied en is openbaar toegankelijk

Risico:

aanrijdgevaar door wegverkeer 

Maatregel: 

verkeersmaatregelen conform 96B

Werkzaamheden aan trambaan

Risico:

verwondingen door struikelen, vallen of zwikken i.v.m. ongelijk terrein

Maatregelen 

Zorg voor verlichting als het donker is

Goed opletten ( zie toolbox Ik accepteer alleen een veilig werkplek )

reizigers en derden

Risico:

betreding werkplek door derden, agressie

Maatregelen

Behandel de ander met respect

Probeer kalm te blijven en word vooral zelf niet agressief ( zie toolbox agressie en geweld )

Verplichtingen

  • Voor werk op en nabij de trambaan is het dragen van helm, veiligheidsschoenen en oranje veiligheidskleding met reflectiestrepen verplicht.
  • Blijf tijdens de werkzaamheden ALTIJD binnen de afzettingen van het werkgebied.

Verboden

  • Het is verboden om te werken in het werkvak als de trams worden toegelaten zonder de regulering door een VeiligheidsmanTram.
  • Het is niet toegestaan te werken als er geen veilige loop-/ vluchtruimte van minimaal 60 cm is.Veilige werkruimte coform 96B