05 Arbeidsmiddelen
 >  Bouwliften voor goederenvervoer
Introductie

Voor het verticale transport van bouwmaterialen wordt veelal gebruik gemaakt van bouwliften. Bij deze liften wordt de wagen van het platform langs een mast geleid en wordt het platform betreden voor laden en lossen. Ze hebben één of meer stopplaatsen voor laden en lossen. Pannenliften blijven in deze Abomafoon buiten beschouwing. De meest voorkomende ongevallen zijn het vallen van hoogte, het bekneld raken met ledematen en het getroffen worden door vallende voorwerpen. Meestal worden deze ongevallen veroorzaakt door een onjuiste opstelling, slecht onderhoud of onjuist gebruik van de bouwlift.

Risico's > Opstelling

In deze toolbox staan de belangrijkste aspecten van opstelling, gebruik en onderhoud. 

​​​​​​​
  • Een bouwlift moet zijn opgesteld op een vlakke en draagkrachtige ondergrond met de stempels geheel uitgeschoven. De opbouwinstructie verschaft informatie over de benodigde draagkracht. Als vuistregel voor de afmetingen van het onderstoppingsmateriaal geldt voor de mast 400 x 400 mm en voor de stempels 300 x 300 mm.

  • Een bouwlift moet aan vaste punten, van bijvoorbeeld het bouwwerk, worden verankerd (informatie hierover moet duidelijk op de lift zijn aangegeven). Het verankeren aan een tijdelijke voorziening, zoals steigerwerk, is niet toegestaan; tenzij een berekening aantoont dat dit kan en de fabrikant van de lift hierin toestemt (schriftelijk). De steiger mag wel gebruikt worden als knikverkorter, mits deze daarop is ontworpen (getekend en berekend).

  • Plaats de lift op minimaal 5 m van toegangen tot de bouw.

Voor opbouw en onderhoud geldt:
De bouwlift dient uitsluitend door deskundige personen te worden opgebouwd, onderhouden en gerepareerd. Deze werkzaamheden mogen alleen bij stilstand van de bouwlift worden uitgevoerd. 
  • Laat de bouwlift na opstelling, wijzigingen en reparaties keuren.
  • Personen die bij het opbouwen en/of afbreken van de bouwlift betrokken zijn, mogen zich slechts met het platform verplaatsen indien:
    · de bediening vanaf het platform zelf geschiedt door middel van     vasthoudknoppen. De overige bedieningsmogelijkheden moeten dan buiten   werking zijn gesteld en op het platform dient een noodstopschakelaar   aanwezig te zijn. Vast op het platform aangebrachte drukknoppen mogen   tijdens normaal gebruik niet bediend kunnen worden (slechts toegankelijk   met behulp van gereedschap);
    · zij tegen vallen zijn beschermd door een harnasgordel met veiligheidslijn;
    · maatregelen zijn getroffen om de hijskabel correct op de hijstrommel en   schijven te houden en te brengen.



Maatregelen > Gebruik en uitvoering
  • Bouwliften mogen niet worden bediend vanaf het platform en dat moet dan ook niet mogelijk zijn.
  • Er mogen zowel beneden als bij de laad- en losplaatsen bedieningsknoppen zitten.
  • Indien er beneden met een losse bediening wordt gewerkt, moet deze bij voorkeur zijn aangebracht op minstens 5 m vanaf de baan van het platform aan een vast punt.
  • Bij een hefhoogte van minder dan 21 m mag zowel vasthoudbesturing als overneembesturing worden toegepast. Verdiepingsafslagen worden niet verlangd, wél uiteraard etagehekken.
  • Bij bouwliften met een hefhoogte van meer dan 21 m moet:
    - overneembesturing zijn aangebracht, en
    - afslagen aanwezig zijn die het platform op de gewenste stopplaats automatisch tot stilstand brengen.
  • Een besturing die het platform op elke verdieping laat stoppen wordt als overneembesturing beschouwd.
  • Het verdient aanbeveling om reeds vanaf een hefhoogte van 12 m overneembesturing toe te passen (in plaats van op 21 m). Dit in verband met het noodzakelijke goede zicht op de stopplaatsen.
  • Voor grote hefhoogten worden tandheugelliften aanbevolen. Ze kennen niet zoals kabelliften, de veereffecten van de staalkabel en er kan evenmin een kabel slap raken of breken. Bovendien zijn de veiligheidscontacten bij tandheugelliften minder storingsgevoelig, want de bron voor elektra gaat mee met het platform.
  • De mast van een bouwlift moet zo zijn uitgevoerd dat de wagen voorbij de hoogste stopplaats kan doorlopen. Na de bovenste stopplaats moet een onafhankelijke eindschakelaar en noodeindschakelaar de opwaartse beweging van het platform afstoppen. Deze mag niet als verdiepingsafslag worden gebruikt.
  • Het platform van een bouwlift moet aan alle zijden voorzien zijn van hekwerken of leuningen.
  • Om het valgevaar op de stopplaatsen tegen te gaan zijn maatregelen nodig. De enkele sluitboom is achterhaald en voldoet niet aan de Machinerichtlijn 2006/42/EG. De stopplaatsen voert men uit met etagehekken van volledige hoogte of etagehekken met een bovenleuning op 1,10 m, een knieregel en een voetstootlijst van 0,15 m. Zie bijlage ‘Opstelling en uitrusting voor een veilig gebruik (zowel voor tandheugel- als draadliften)’. Om te voldoen aan de aangepaste Machinerichtlijn (2006/42/EG, invoering op 29 december 2009) mogen alleen nog maar etagehekken worden toegepast, die voorzien zijn van een interlock, zodat het etagehek alleen te openen is indien de lift voor dit etagehek staat. Dus machines met op de typeplaat ≥ 2010 dienen uitgerust te zijn met etagehekken voorzien van interlocks.
  • De elektrische installatie moet zijn beveiligd tegen het omkeren van de fasen.
  • De maximale toelaatbare belasting van het platform moet duidelijk zijn aangegeven.
  • De lift mag uitsluitend worden bediend door geïnstrueerde personen van minstens 18 jaar oud.
  • De lift mag niet worden gebruikt voor personenvervoer (het bijbehorende tekstbord dient op de achterwand te zijn geplaatst) of als klimgelegenheid.
  • De bouwlift mag niet onbeheerd worden achtergelaten, tenzij het platform in de laagste stand staat en de hoofdschakelaar is uitgeschakeld. De hoofdschakelaar of kast moet dan door middel van een deugdelijk slot zijn vergrendeld.
  • Alle liften met een betreedbaar platform dienen voorzien te zijn van een vanginrichting.
Discussie > Bespreek het met je collega’s!

Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  1. Gebruik jij de bouwlift altijd volgens de voorschriften?
Tips > Voor meer informatie

Voor meer informatie: zie Abomafoon 3.22 Bouwliften voor goederenvervoer.